Posts

Er worden posts getoond met het label kleine mantelmeeuw

Babylon

Afbeelding
  'Zijn het grote of kleine?' 'Wat?' 'Mantelmeeuwen.' 'Oh dat, ik denk kleine, want ik zie gele poten.' 'Ik zie geen poten, het gras is te hoog.' 'Jawel, die daar bij dat plasje.' 'Welk plasje, ik zie er drie.' 'Het meest linkse.' 'Oké, maar ik zie nog steeds geen poten…' 'Godver, hij is gaan zitten' 'Zullen we verder rijden?' 'Bij-jaat, waarom niet.' 'Aad? Wie is Aad?' En zo ging onze Babylonische spraakverwarring nog een tijdje door. Je zou er zo een hele melige podcast van kunnen maken. Maar daar hou ik niet van (wel van melig, niet van podcasts). PS. 'Bij-jaat' is dialect voor 'wel ja, goed hoor'. Dus toen Tino Bij-jaat zei, bedoelde hij eigenlijk. Goed hoor, waarom niet. Tino gebruikt het regelmatig, ik nooit. Gele poten: kleine mantelmeeuw.    

sushi

Afbeelding
Mijn buurvrouw leest dit blog ook. De vraag is of dat na dit stukje nog steeds het geval is. Ik hoop het wel, want ik kan er natuurlijk niets aan doen dat zij een bijrol speelt in dit verhaal, althans, haar tuin, die als sushibar fungeert.  Het was gisterochtend een drukte van belang op het schuurdak bij onze achtertuinen. Wij werden er wakker van. "Aaaauw, aaauw, aaauw!"  Twee kleine mantelmeeuwen waren aan het bakkeleien over een forse goudvis, die blijkbaar kort tevoren door een blauwe reiger uit de vijver van de buurvrouw was gehaald.  Het stuk sushi was onderwerp van een hevig kat-en-muis-spel, tussen de mantelmeeuwen, een zilvermeeuw en de reiger. Op enig moment had de reiger zijn buit heroverd. Het liefst zou hij hem daarna in een keer opgeslokt hebben - zijn bek en keel zijn er groot genoeg voor - ware het niet dat de stevige meeuwensnavels de gestroomlijnde vorm van de vis hadden vernietigd. Zij hadden namelijk de buikholte van de vis opengepikt, zodat er een lap...