Posts

Uitblazen in goud

Afbeelding
Na een paar dagen prachtig Drenthe hadden Sandra en ik behoefte aan zee en zilt. Gisteren waren wij daarom op de Maasvlakte. Altijd leuk daar, als de zee onstuimig is en met kolossale kracht op de blokkendam bonkt. Ook trekvogels weten de Maasvlakte te waarderen. Er scharrelden tientallen graspiepers en witte kwikstaarten in de bermen, een jonge robotap (roodborsttapuit) ving insecten vanaf een sprietig uitkijkpunt. En wat al niet meer!
De mooiste van de dag was een goudplevier, die uitgeput op de blokkendam zat. Niet bang, of te moe om te vluchten, vloog hij niet weg. Op gepaste afstand, om hem niet onnodig tot inspanning te dwingen, bewonderden wij zijn letterlijk schitterende verenpak. Al die gouden spikkels: als je het nog niet wist, dan weet je nu wel waar hij zijn naam aan te danken heeft. 

Even snikken en vooruit maar weer

Afbeelding
Ik kan het nu wel zeggen: het boomvalkenseizoen zit erop. Ik zal er sporadisch nog wel een zien, maar de meeste zijn begonnen aan hun tocht naar het verre Afrika. Het is altijd een verdrietig moment voor mij, het afscheid van mijn vrienden, dat mij onderdompelt in een periode van leegte. Want wat moet ik nu met mijn tijd? Dat laatste is een grapje hoor, want ik heb eerder tijd te weinig dan te veel. Zo heb ik al plannen om andere valkensoorten te gaan observeren, zoals de slechtvalk en de torenvalk. En ik ga erg mijn best doen om het smelleken te zien te krijgen (dat is een piepkleine valk die bijvoorbeeld in Scandinavië en Schotland broedt, en in de herfst en de winter soms hier in Nederland te zien is. Zij zijn moeilijk te vinden en blijven nooit lang in de buurt van mijn spiedende blik). Torenvalken zijn eenvoudiger te zien. Dat bleek vandaag maar weer eens. In de polder waar ik vandaag mijn laatste boomvalk hoopte te spotten, was een stel druk in de weer met jagen en elkaar pesten…

Troeglel oogvoct

Afbeelding

Coronaveilige tijdsbesteding

Afbeelding
Ik schrijf een verhaal. In november 2019 begonnen de woorden spontaan te vloeien. Het is een roman met spannende elementen. Ik heb al bijna 400 bladzijden geschreven. Hoewel ik denk te weten hoe het afloopt, is het verhaal zelf nog niet af. Het kan zomaar ook anders gaan eindigen. Dat is het leuke van schrijven.Op dit moment hoop ik nog dat het verhaal nooit ophoudt, omdat ik helemaal opga in de door mijzelf gecreëerde wereld en ik er geen afscheid van wil nemen.Schrijven is trouwens een coronaveilige bezigheid: je kunt uitgebreid op stap in het universum van je fantasie zonder de deur uit te hoeven. Momenteel moet ik woekeren met tijd. Dat is in de zomer altijd al het geval, omdat ik heel veel boomvalktijd moet zien te combineren met mijn gewone leven. Nu komt daar ook nog eens de tijd van het schrijven bij.Ik zou bijna zeggen dat de boomvalken gelukkig bijna weer wegtrekken. Maar dat doe ik niet: in mijn leven hebben boomvalken voorrang! De roman moet maar even wachten. En zo erg is…

Exit hittegolf

Afbeelding

Uit en thuis zonder tuinhaas

Afbeelding
Een stevige bries, een vogelmaat op anderhalve meter, een tamelijk Rotterdamse tongval en mijn niet optimale gehoor. Kortom, een prima recept voor spraakverwarringen.
“Heb jij in Zeeland nog een tuinhaas gezien?” vroeg Tino tegen de wind in. “Een tuinhaas?” vroeg ik verbaasd, “wat is dat?” “Wat?” zei Tino, “een tuinhaas? Nee joh, ik zei een tuimelaar!”
Tino bedoelde waarschijnlijk bruinvissen met zijn tuimelaar, maar nee, die zag ik niet, een dag eerder. Sandra had al weken zin in een tripje naar Zeeland. Het werd wel een light-versie, want normaal gesproken hoort er ook een terrasbezoekje bij, voor een drankje en mosselen. Met zoveel Corona in de lucht leek ons dat nu geen goed idee. Daarom werden het boterhammen en een fruit-toffee op de dijk langs de Oosterschelde. Daar tuimelde zowaar een zeehond, ‘onder onze voeten’ voorbij.
Dat het loont om ook bij het vogelen over het wateroppervlak te speuren, bleek gisteren. Wat eerst leek op een door de stroming meegevoerde rietstengel, bleek een …

Uitwijkmanoeuvres

Het seizoen vult zich met komkommers. Dit is elke zomer het geval, als de drukke voortplantingstijd van de vogels voorbij is. Voor vogelaars wordt het lastiger om nog iets leuks waar te nemen. Sommigen wijken dankbaar uit naar vlinders, anderen naar orchideeën, weer anderen hangen de verrekijker een paar maanden in de wilgen. Zelf ben ik hier een uitzondering op. Dat komt omdat ik dertig jaar geleden toevallig verliefd geworden ben op de boomvalk. Deze vogel is de laatste nog actieve vogel van allemaal, omdat hij pas halverwege juni (gemiddeld) met broeden begint. Vanaf half juli worden zij juist actief, omdat de jongen dan verzorgd moeten worden.

Een groot feest, zou je dus denken. Maar zo is het helaas niet. De boomvalk is namelijk wel actief, maar ook doet hij altijd erg zijn best om niet in beeld te komen. Daarom gaan, zoals ik al vaker schreef als het over boomvalken gaat, veel uren voorbij zonder dat ik er ook maar eentje zie.

Op die momenten kan ik twee dingen doen: navelstaren of…